Amber
=De Vloedvelden=
-Rhodesian Ridgeback Kennel-

 



Home
Over ons
Onze honden
PUPS
Ras informatie
Foto's
In memorie
Favorieten
Links
Contact

 

Rasstandaard

De Rhodesian Ridgeback die zijn naam dankt aan de bijzondere haargroei richting van het haar op de rug, is van oorsprong afkomstig uit het zuiden van Afrika. En is een prachtige, sterke hond die vroeger werd gebruikt voor het jagen op groot wild. De Rhodesian Ridgeback is nu een zeer geliefde waak- en gezelschapshond!

Algemene verschijning:
Een volwassen Rhodesian Ridgeback is een harmonische, sterke, gespierde en actieve hond met een symmetrisch silhouet. De Rhodesian Ridgeback heeft een groot uithoudingsvermogen en is in staat een behoorlijke snelheid te behalen. Hij is lenig en wendbaar, wat opvallend is voor zo’n groot hondenras.

Bijzonderheden:
Kenmerkend voor het ras is de ridge of “pronk” op de rug, die gevormd wordt door haar dat in de tegengestelde richting van de rest van de vacht groeit. De ridge is een karakteristiek kenmerk van het ras en moet daarom duidelijk zijn omlijnd, symmetrisch van vorm zijn en naar achteren smal toelopen. Hij moet dadelijk achter de schouders beginnen en doorlopen tot de heupbeenderen. De ridge dient 2 kronen te hebben die gelijk zijn en recht tegenover elkaar liggen. De onderste randen van de kronen mogen niet verder reiken dan tot maximaal een derde van de ridge. Een goede gemiddelde breedte van de ridge, direct achter de kronen gemeten, is 5 cm.

Temperament:
Waardig, intelligent, gereserveerd tegenover vreemden, zonder echter agressiviteit of verlegenheid te tonen.

Hoofd en schedel:

Het hoofd is tamelijk lang, de schedel vlak en vrij breed tussen de oren, het hoofd moet in rust vrij zijn van rimpels. De stop moet vrij duidelijk zijn. De neus behoort zwart of bruin te zijn, in overeenstemming met de kleur van de vacht. Een zwarte neus hoort samen te gaan met donkere ogen, een bruine neus met amberkleurige ogen. De voorsnuit behoort lang, diep en krachtig te zijn. De lippen moeten welgevormd zijn en goed om de kaken sluiten.

Ogen:
De ogen dienen op matige afstand van elkaar te staan en rond, helder en glanzend te zijn, met een intelligente uitdrukking. De kleur van de ogen moet overeenstemmen met de kleur van de vacht.
Oren:
De oren zijn tamelijk hoog aangezet en middelmatig groot, vrij breed bij de basis en geleidelijk smaller uitlopend in een ronde punt. Ze moeten dicht tegen het hoofd gedragen worden.

Mond:
Sterke kaken met een perfect en compleet schaargebit, d.w.z. dat de boventanden zonder tussenruimte over de ondertanden sluiten en recht in de kaken staan. De tanden moeten goed ontwikkeld zijn, vooral de hoektanden.

Hals:
Tamelijk lang, krachtig en vrij van keelhuid.

Voorhand:
De schouders moeten hellen, droog zijn en gespierd en wijzen op snelheid. De voorbenen moeten volmaakt recht zijn, sterk en voorzien van goed botwerk, met de ellebogen dicht tegen het lichaam.

Lichaam:
De borstkas mag niet breed zijn, maar moet wel zeer diep en ruim zijn en tot de ellebogen reiken. De ribben zijn matig gewelfd, maar nooit rond als een hoepel. De rug is krachtig, de lendenen zijn sterk, gespierd en licht gewelfd. De voorborst moet van opzij gezien zichtbaar zijn.

Achterhand:
De bespiering moet droog zijn en goed waarneembaar. De achterhand dient goede hoekingen te vertonen, met laag geplaatste spronggewrichten.

Voeten:
De voeten moeten compact zijn, met goed gebogen en aaneengesloten tenen. De voetzoolkussens dienen rond, sterk en elastisch te zijn. De voeten worden beschermd door haar dat tussen de tenen en voetzolen groeit (zogenoemde kattenvoeten).

Staart:
Moet sterk zijn bij de aanzet en geleidelijk naar de punt toelopend, vrij van grofheid. Middelmatig lang. Hij mag niet te hoog en niet te laag zijn aangezet en behoort met een lichte bocht naar boven, maar nooit gekruld gedragen te worden.

 

Gangwerk/beweging:
Recht naar voren, vrij en actief.

Vacht:
Kort, dicht, glad en glanzend van aanzien, nooit wollig of zijdeachtig.

Kleur:
Deze dient licht tot rood tarwekleurig te zijn. Iets wit aan borst of tenen is toegestaan, maar overmatig wit op borst, buik en boven de voeten is ongewenst. Een donkere voorsnuit en donkere oren zijn toegestaan.

Grootte:
De gewenste schofthoogte bedraagt voor:

  1. De reu: 63 tot 69 cm
  2. De teef: 61 tot 66 cm.

 

Alle informatie over de rasstandaard heb ik uit het boek “Rhodesian Ridgeback” van                Ann Chamberlain.